maandag 18 april 2011

Troosteloze populieren

Ben ik een natuurmens? Ja, als in: ik ben graag buiten. Ja, ook als in: ik geniet van de natuur, van bossen, bergen, rivieren en de zee. Kan ik dus uit m'n blote hoofd alle boom- en plantensoorten opdreunen? Nee. Ik weet het verschil niet tussen pak 'm beet een eiken- en een kastanjeboom. Geen flauw idee, nooit geweten ook.

Het interesseert me domweg geen moer.

Wat ik wel weet is dat ik aan weinig dingen zo’n hekel heb als aan populieren. Voor wie het even niet paraat heeft: de populier is die lange, dunne, grauwgroene sliert die te laf is om alleen te zijn. Altijd en overal verschuilt 'ie zich achter z’n collega-populieren, in zo'n fantasieloos rijtje. Kijk, daar staan er weer een paar, een beetje saai te ruisen in de wind. Want dat doen ze, ruisen, met hun blaadjes. Die ontelbare kleine, bleke, rottige blaadjes, waartussen te veel ruimte zit, zodat je die eindeloos lelijke Hollandse polder kunt zien.

De populier staat voor alles wat kleur- en troosteloos is in het leven. Voor West-Brabant, winderig Hollands weer, elektriciteitsmasten, bedrijventerreinen, en parkeerplaatsen bij benzinestations. De populier is een rotboom. Hij maakt me depressief.

Populieren. De naam alleen al. Een mix van ‘populair willen zijn’ en ‘plezieren’. De populier is een muurbloem, maar wil dat niet zijn. Het is een slijmbal. Dat nare, bleke jongetje (met beugel), dat doet alsof het je vriend is, maar achter je rug om over je lult om indruk te maken op de stoertjes in de klas. Het woord lijkt ook te veel op populisten. De associatie met Rita, Geert en Telegraaf-lezers maakt het er niet beter op voor deze boom.

Populieren. Je ziet ze ook veel in mijn geboortestreek: de Peel. Land van varkensstallen, silo’s, en een intens lelijk, boers dialect. En dus van populieren.

Nee, dan Twente. Land van rare achternamen, exotische sporten, bars in huizen, nuchterheid en mooie vrouwen. Maar bovenal: niet van populieren. Nee, in Twente zie je ronde bomen. Hoge, lage, grote, kleine, maar altijd ronde bomen. Gezellige bomen, dichte bomen, waar je niet doorheen kunt kijken naar het andere eind van de wereld. Plukjes bomen, ongeordend. Niet in een rij. Knusse bomen. Levensgenieters, Bourgondiƫrs, niet van die doodgravers, niet van die stijve, achterbakse slungels. Zoals de populier dus.

Omdat naar Twente verhuizen vanwege een boomsoort ons net te ver gaat, blijven we in Nijmegen wonen. Ook al kom je ze hier nog wel eens tegen, de populieren. Vorige week nog. Ik wandel met Max door onze buurt. Max wijst me op een plukje bomen. Beter gezegd: een rijtje. Shit, populieren. Ik wil hem de aanblik nog besparen door snel om te keren, maar ik ben te laat. ‘Papa, wat zijn dat voor bomen?’ Grote, vragende ogen. ‘Populieren, jongen, lelijke rotbomen. Daar houden wij thuis niet van.’ ‘Ik ook niet, papa. Ik vind formulieren ook lelijk.’

Mooie momenten, wederom. 

1 opmerking:

  1. Leuk stukje. Populier, net goed genoeg voor een stukje multiplex..... en ik moet zeggen..... je moet er 40 jaar aanblik voor over hebben, maar dan heb je ook wat: fijn wit, sereen bijna. De tegenhanger van het intens dure pikzwarte uberluxe ebbenhout....
    Populieren: ook ik zeg - de zaag erin.
    PS: ik heb jouw foto gebruikt voor een afbeelding in een bureaupresentatie van een pand in jouw regio.... ook daar zagen we ze om!
    vr. groet Richel Lubbers - architect bij BYTR Rotterdam

    BeantwoordenVerwijderen