
Vind ik ongepast tegenover J.
Maar hé, begrijp me niet verkeerd, het is hartstikke leuk om weer eens een kamergenoot te hebben. Die kun je namelijk ook goedmoedig plagen. Niets leuker dan J. op de kast proberen te krijgen. Dat gaat tot nu toe verbazingwekkend makkelijk. Ik zal hier niet verklappen wat haar ‘zwakke plekken’ zijn, maar het heeft veel, zo niet alles met snoep, drop en koekjes te maken.
Ook J. laat zich niet onbetuigd. Toen ik gisteren (pas) voor de zesde keer aanstalten maakte voor een sanitaire stop, hoorde ik een licht proestend geluid vanachter haar laptop komen. ‘Alweer?’, was alles wat ze vroeg. Het onvermijdelijke was gebeurd: J. had ontdekt dat ik een meidenblaas heb. Reden voor mij om alle vuile was meteen open en bloot op de lunchtafel te gooien. Dan hebben we dat maar gehad.
En dus weet J. nu dat ik:
- thuis het vrouwtje ben die altijd en overal over wil praten
- het liefst een hele pan met macaroni met smac en kaas leeg eet
- me zwaar aangetrokken voel door wipneuzen en flaporen
- te ijdel ben om een muts te dragen (dan gaat m’n kapsel naar de haaien)
- stiekem plezier beleef aan de muziek van Britney Spears.
Laten we hopen dat het gezegde klopt en dat stukjes schrijven therapeutisch werkt. Want als ik dit rijtje zie, krijg ik sterk de neiging om me onder de dichtstbijzijnde trein te storten.
Maar ook al ben ik in m’n vrije tijd een zichzelf vervuilende, vrouwonvriendelijke ijdeltuit met een belabberde muzieksmaak, toch ben ik best een fijne kamergenoot. Tenminste, dat maakte ik op uit J.’s woorden toen we gisteren samen naar huis fietsten. Met een oprecht blij (en opgelucht?) gezicht vertrouwde ze me toe dat ze elke avond “super enthousiast” thuis komt.
Om dat te vieren heb ik gisteravond in vijf minuten een reuzenpan macaroni achterovergeslagen. Jeuj!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten