
De afschuwelijke Amsterdamse zedenzaak zat blijkbaar nog in m’n achterhoofd.
Toen ik Max’ blik zag, realiseerde ik me onmiddellijk (maar helaas net te laat) dat ik een klein foutje had gemaakt. Onze vent keek me even fronsend aan en zei toen plotseling, heel blij: “Ja papa, ik ga dat zeggen tegen alle vreemde meneren en mevrouwen.” Sindsdien leef ik in een constante angst als ik met Max de deur uitga. Zul je net zien dat we op straat een vreemde meneer of mevrouw tegen het lijf lopen. Dan hebben we de poppen aan ’t dansen.
Na het scheldwoordenincident (Max die tegen een agressieve, bumperklevende automobilist vanaf de achterbank ‘Homo’ roept) had ik beter moeten weten met onze kleine papegaai. Dom. Dommer. Domst.
Een tijdje terug hebben A. en ik besloten om al te gevoelige thema’s in het Engels te bespreken. Of uit te spellen. Een beetje als in Tammy Wynette’s klassieker D.I.V.O.R.C.E., maar dan zonder de scheidingsperikelen. En dus klinken dialogen in ons huis soms als volgt: “S.H.I.T., A. zijn we B.E.E.R. weer vergeten bij het kinderdagverblijf?!” Of: “We hebben van opa en oma een cd met liedjes van K.D.R.I.E. en een dvd van de T.E.L.E.T.U.B.B.I.E.S. gekregen, maar dat moeten we misschien nog maar even niet zeggen.”
De mooiste suggestie kwam deze zomer van mijn zwager J, die sinds kort als 'Functioneel Specialist' carrière maakt in het leger. Op zijn initiatief zeggen we tegenwoordig zo rond de klok van zeven ’s avonds, uitgeput, tegen elkaar: “Pfff. Wanneer brengen we de kleine terminator naar Bravo Echo Delta.”
Geen opmerkingen:
Een reactie posten