Posts tonen met het label mode. Alle posts tonen
Posts tonen met het label mode. Alle posts tonen

dinsdag 22 februari 2011

Antenne

Ik ben een leeuw. Sterrenbeeldtechnisch althans. En dus zou ik volgens de astrologische theorie een dominante, ambitieuze, intelligente, creatieve, zelfverzekerde, wilskrachtige, onafhankelijke en ijdele man moeten zijn.

Grappig: die beschrijving klopt precies. Alleen dat ijdele, daar herken ik mezelf niet zo in.

Zonder gekheid: ik ben natuurlijk vre-se-lijk ijdel. Ik kan er niets aan doen, en ontken het ook niet langer. Ik heb mezelf geaccepteerd als ijdeltuit; op uiterlijk vlak, maar zeker ook op professioneel gebied. Het komt er eigenlijk op neer dat ik naar complimentjes vis. De godganse dag. Als iemand zegt dat ik er goed uitzie, als iemand mijn schrijfsels leuk vindt, of als ik applaus krijg voor een praatje of debat, dan leef ik op. Aandacht, positieve aandacht, daar doe ik vrijwel alles voor.

Kenmerkend voor überonzekere types.

Vorige week schreef ik al over mijn etalageruitenfetisj. Meer in het algemeen ben ik dol op spiegels. Ik kijk er graag en veel in. Als ik weet dat het in uiterlijk opzicht allemaal wel snor zit (figuurlijk dan , vanzelfsprekend), functioneer ik beter. Vooral mijn haar is een ding, een item. Gisteren shockeerde ik J., toen ik bekende liever in een roze huispak maar met ‘goed haar’ de straat op te gaan, dan in een stoere, coole of kekke outfit maar met ochtendlijk aapjeshaar.

“Jouw aapjeshaar is dus wat voor vrouwen onopgemaakte ogen zijn”, constateerde J. Geen idee hoe dat voelt met die ogen en mascara enzo, maar als zij het zegt. 

Nu J. weet hoe de vork bij dit leeuwenmannetje in de steel zit, moet ze er ook naar handelen. Vind ik. Dat heb ik haar vanochtend dus even fijntjes duidelijk gemaakt toen ik bij een toiletbezoekje (weer!) één sneue, eenzame, bizarre, rechtopstaande pluk op mijn hoofd ontdekte. Een antenne, zogezegd. En bij antennes moet er onmiddellijk en zonder aarzelen een antennealarm worden afgegeven.

Dat weet A. en dat weet J. nu ook.

En wat zegt J., met een lief en verleidelijk lachje: “Maar misschien vind ik zo’n plukje wel heeeel charmant?!” Alsof ze verdorie weet dat ik weerloos ben tegen complimenten.

zaterdag 15 januari 2011

Billen als J-Lo

Ik ben zesendertig; de midlifecrisis staat op de stoep. Nee, er hangt (nog) geen rode broek in mijn kledingkast. Ook staat er geen protserige Harley te glimmen in onze schuur. Maar toch: de eerste signalen zijn niet te negeren. Heb ik dan een blonde maîtresse van krap 23? Ook niet, helaas. Mijn identiteitscrisis openbaart zich op een andere manier.

Ik word dik. En ik zit ermee.

De voorbije vijftien jaar ben ik bijna twintig kilo aangekomen.  

Al zag ik er op m’n eenentwintigste uit als een skelet met anorexia, toch vind ik dat best schokkend. Gelukkig is de situatie niet volledig uitzichtloos. Bij een lengte van één meter negentig is 89 kilo geen schande. Maar ja. Groei ik in dit tempo door, dan weeg ik op mijn pensioendatum een slordige 130 kilo. Geen aanlokkelijk vooruitzicht. Zeker niet als ik te zijner tijd nog in aanmerking wil komen voor een beetje appetijtelijke ‘tweede leg’.

En die 130 kilo over de golfbaan slepen? Dat is ook geen sinecure.

Dus heb ik voor het eerst in mijn leven serieus mijn eet- en leefpatroon aangepast. Minder eten (kaas vooral), minder drinken (wijn vooral) en meer sporten (wielrennen vooral). Klinkt simpel en dat is het ook. Toch blijf ik mijn omgeving aan de kop zeuren. Vooral de twee vrouwen in mijn leven, A. en J., moeten het ontgelden. “Vind jij dat ik een dik hoofd heb?”, vroeg ik A. laatst. “Och”, antwoordde ze ontwijkend, “ik hou wel van wat vlees in de kuip.”

Fijn antwoord.

De volgende ochtend op kantoor. “Zeg J., jouw vent zal dat ook wel hebben, hè, dat die vetrollen er moeilijker afgaan na z’n dertigste?” J: “Neuh, eigenlijk niet. Hij is sinds de geboorte van de kinderen alleen maar afgevallen. Maar hij is ook nog geen 36 natuurlijk.”

En bedankt J.

Omdat ik niet denk dat ik de rest van m’n leven geheel kan onthouden, en omdat kaas simpelweg een ongeneeslijke verslaving is, zijn er maar twee oplossingen. Optie a: ik word profwielrenner. Beetje laat, maar aankomen (in gewicht dan) is best lastig als je dagelijks zes uur op een fiets zit. Optie b. werd me gisteren door RTL4 in de schoot geworpen: een Amerikaans meisje liet vet uit haar buik wegzuigen en injecteren in haar kont. Ze wilde billen als J-Lo.

Dat wil ik dus ook, maar dan zonder die billen.

Hoewel? Misschien wel handig voor die eventuele tweede leg… 

dinsdag 11 januari 2011

Schaamhaar

Soms lees je iets dat je liever niet had gelezen. Het overkwam me vorige week. Nietsvermoedend sloeg ik de krant open. Zoals dat zo vaak gaat, viel m’n oog meteen op één specifiek woord. In dit geval: schaamhaar. Niet echt een onderwerp dat je dagelijks in de krant tegenkomt, dus ik begon geboeid te lezen. Wat bleek? De bos schaamhaar is bezig aan een revival. Scheren is uit, wildgroei weer in.

Gatverdarrie.

Ik wil het niet, maar moet ineens denken aan de knusse seksfilms op RTL+ die ik als tiener met vuurrode oortjes begluurde. Ik zie beelden voor me van badmintonnende naturisten, van vlezige naaktstranden en van sauna’s vol lelijke, uitgezakte en - vooral - (lokaal) sterk behaarde types.

Het woord is gevallen: sauna. Ik ben er nog nooit geweest en ik hoop er ook nooit te komen. Ik ben namelijk preuts, dat is bezwaar nummer één. Belangrijker is dat ik eigenwijs ben. Of beter gezegd: koppig. Als iedereen iets leuk vindt, vind ik het meteen stukken minder leuk. En omdat tegenwoordig iedereen in mijn omgeving vrolijk bloot op houten bankjes gaat zitten zweten, verzet ik me er tegen.

Ik vind het onaangenaam. En vies. En raar. En ongemakkelijk. En alles tegelijk. 

In godsnaam: waarom moet het bloot?

Ik wil niet weten hoe de plasser van mijn buurman er uit ziet (gesteld dat ik die zou tegenkomen). Ik wil ook niet zien hoe die leuke moeder van Max’ vriendje er uitziet onder haar strakke mantelpakje. Ik houd zulke illusies liever in stand.

En het lijkt me helemaal gênant om er een van mijn woest aantrekkelijke vrouwenvrienden tegen te komen. 

“Ja maar. Iedereen is bloot. Dan ben je daar helemaal niet mee bezig”, werpt het pro-sauna kamp mij voor de voeten. “Waarom lopen we op warme zomerdagen dan niet allemaal in ons pielemuisje rond te huppelen?”, brom ik terug. Ik vind: preutsheid is onderschat. Het is een waardevolle eigenschap. Je zou willen dat meer mensen er ‘last’ van hadden.

Zelf beschouw ik het inmiddels als geuzentitel: “Hallo, ik ben Sander. En ik ben preuts.”

En dus (!?) rijd ik de hele zomer rondjes op m’n racefiets in een überstrak, glimmend, zwart broekje. Zo’n pakje dat echt he-le-maal niets aan de verbeelding overlaat...